Er wordt met hond en voorjager gericht geoefend op de onderdelen van de jachthondenproeven en wel voor de diploma's C en B en Map's. Deze zijn als volgt opgebouwd:

C-diploma

  • het aangelijnd en los volgen. Volgens een vast parcours in de vorm van een diabole, het zgn. 8-je lopen.

        

  • vooruitsturen en komen op bevel. De hond wordt vrij uitgestuurd en moet minstens 40 meter afstand nemen van de voorjager en vervolgens direct komen op bevel.

  • het houden van de aangewezen plaats. De hond wordt uit het zicht van de voorjager een plaats gewezen en moet hier minstens 3 minuten blijven. Het maakt niet uit of de hond zit of af ligt.

  • kort apport te land. Zichtbaar voor de hond wordt een  dummy c.q stuk wild  geworpen en de hond moet dit apporteren en aan de voorjager aanbieden.

       

  • apport uit diep water. Er wordt - nadat er een schot is gevallen - een dummy c.q stuk wild in het water geworpen en de hond moet deze apporteren en aan de voorjager aanbieden.

        

B-diploma

  • Alle onderdelen van het C-diploma plus:
  • verloren apport te land. In een dichte dekking wordt een  dummy c.q stuk wild gelegd op ongeveer 40 meter van de plaats waar de hond wordt ingezet, de ‘valplaats’ is voor de voorjager niet zichtbaar. De hond moet het wild binnen een voor hem/haar redelijke tijd binnen brengen.

  • het markeerapport te land. Zichtbaar voor de hond wordt (op ± 80 meter) een schot gelost en een dummy c.q stuk wild geworpen. De hond moet deze op de kortst mogelijke wijze markeren - de valplaats binnen een straal van 1 meter lokaliseren - het wild oppakken en terugbrengen.

        

        

  • apport over breed water. De hond moet een dummy c.q stuk wild apporteren dat op de andere oever is gevallen. Het water moet minstens 10 meter breed zijn, de hond moet zwemmend naar de overkant en heeft de valplaats niet gezien. Ook hier moet hij het wild binnen een redelijke tijd binnen brengen.

        

        

        

Algemeen

Uitgangspunt is dat het op donderdag geleerde door de voorjager "thuis" verder geoefend wordt. Het is namelijk onmogelijk om met één opleidingsavond per week een goede jachthond én voorjager te worden! Elke dag een kwartier is beter dan éénmaal in de week een paar uur achter elkaar.

Indien gewenst kan men na de zomervakantie deelnemen aan de door hondenverenigingen en JGTH op diverse locaties in het land georganiseerde proeven van bekwaamheid.